ATAR helpt hulpbehoevende dieren in Turkije!  

Belangrijke links

ideal nw

  geefgratis

geefsamen

  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Onze sponsors

joris lange_tbp

jmq

corendon (1)

stikvoort

melek (3) (1)

Dierenrechten in de Islam door Linda Bogaert

Relatie tussen mens en dier

Hebben mensen heerschappij over de dieren?


Volgens de Koran heeft God de mens als viceregent, als beheerder aangesteld:

"Hij is het die jullie tot viceregenten op de aarde aangesteld heeft." (Koran 35:39)

De mens is echter slechts een soort onder de soorten, is niet superieur aan andere soorten, maar draagt er door het viceregentschap wel verantwoordelijkheid voor. Deze verantwoordelijkheid is niet vrijblijvend. Op Oordeelsdag zal men niet alleen beoordeeld worden op de manier waarop men zich gedroeg tegenover andere mensen, maar ook op de manier waarop men omging met de dieren en met het hele ecologisch systeem.

Goed doen voor dieren wordt beloond, slecht doen bestraft

 

Islam probeert kwaad te voorkomen. Zo is er een algemene regel die stelt dat wanneer dieren gedurende hun leven of tijdens het slachten lichamelijk of psychisch slecht behandeld werden, het vlees van die dieren onwettig wordt en dus verboden voor consumptie. 1 Daardoor hebben boeren er alle belang bij de dieren goed te behandelen, anders worden hun produkten waardeloos.

Maar het blijft niet bij preventie alleen. Profeet Mohamed wijst er herhaaldelijk op dat de mensen zich op Oordeelsdag zullen moeten verantwoorden en mogelijks zelfs in de hel zullen gegooid worden wanneer zij een dier slecht behandelden. Een goede daad tegenover een dier zal daarentegen beloond worden.

Het geloof in het hiernamaals is een cruciaal aspect van de Islam. Het ontkennen ervan komt neer op het ontkennen van God. Het is op basis van het geloof in het hiernamaals dat de mens ertoe aangemoedigd wordt een goed leven te leven hier op aarde, omdat hij weet dat hem mogelijks een eeuwig verblijf in de hel te wachten staat als hij dat niet doet.

In volgende hadith wordt duidelijk hoe de Profeet Mohamed de daders van slechte daden tegenover dieren vervloekte - zelfs al ging het om een spreeuw of een nog kleiner dier - en hen duidelijk maakte dat zij daarvoor op Oordeelsdag ter verantwoording zullen geroepen worden.

"Er is geen man die zelfs maar een spreeuw of iets kleiner kan doden zonder dat het dit verdient, of God zal hem erover ondervragen." (Gemeld door Ibn 'Omar en door Abdallah bin Al-As. An-Nasai)

De Profeet vertelde zijn gezellen over een vrouw die naar de Hel zou gestuurd worden omdat zij een kat had opgesloten, deze kat geen eten gegeven had en de kat ook niet had vrijgelaten om zichzelf te kunnen voeden. (Gemeld door Abdullah bin 'Omar. Muslim)

De Koran verwijst naar een incident waarbij een man, Al-Akhnas Ibn Shuriq genaamd, zich bekeerd had tot de Islam, maar nadat hij de Profeet verlaten had, een veld waarop dieren aan het grazen waren in brand stak. Daarop werd het volgende vers geopenbaard, dat geldt als zware goddelijke afkeuring van dergelijk gedrag:

"Onder de mensen is er hij wiens uitspraken over het tegenwoordige leven jou bevallen. Hij roept God als getuige aan voor wat er in zijn hart is. Toch is hij erg fel in zijn tegenstand. En wanneer hij weggaat trekt hij er op uit om verderf te zaaien en het gewas en het jongvee te vernielen. Maar God bemint het verderf niet. En wanneer men tot hem zegt: ´Vrees God´, dan krijgt de trots over de zonde hem te pakken. De hel is dus goed genoeg voor hem. Dat is pas een slechte rustplaats!" (Koran 2:204-206)

Omgekeerd, zal wie goed doet voor een dier, daarvoor beloond worden.

De heilige Profeet Mohamed zei: "Hij die medelijden heeft met (zelfs maar) een spreeuw en zijn leven spaart, voor hem zal God genadig zijn op de Dag des Oordeels." (Gemeld door Abu Umama. Doorgegeven door Al-Tabarani)

En:

De Profeet werd gevraagd of liefdadigheid zelfs tot de dieren, beloond werd door God. Hij antwoordde: "ja, er is beloning voor daden van liefdadigheid tegenover elk levend wezen." (Gemeld door Abu Huraira. Bukhari, Muslim)

Dat goed doen beloond wordt, wordt bekrachtigd door volgende hadith:

De Boodschapper van God zei: "Waarlijk, God en Zijn Engelen, diegenen die in de Hemelen en op de Aarde verblijven, zelfs een mier in zijn woning en een vis (in het water) roept zegeningen af op diegene die goedheid leert. (Tirmidhi 213 Abu Umamah al-Bahili, geciteerd in "Meat and Modernity", door Tarik Abdul Rahman 7)

Dit alles leidt tot het volgende besluit:

"een goede daad voor een dier, is zoals goed als een goede daad voor een mens, terwijl een daad van wreedheid tegenover een dier, zo slecht is als een daad van wreedheid tegenover een mens." (Mishkat al-Masabih)

Rekening houdende met de gevolgen van goede en slechte daden op Oordeelsdag, komt de Islamitische leer hier op neer dat wanneer een mens goed doet voor de dieren, het ook de mens zelf ten goede zal komen.

Mens en dier moeten natuurlijke rijkdommen delen

 

Islam beschouwt de mens als soort tussen de soorten, die allemaal gemeenschappen vormen met eigen regels. Het is dan ook logisch dat volgens de Islam niet alleen de mensen recht hebben op de natuurlijke rijkdommen, maar dat ook dieren een geboorterecht hebben op hun deel van de natuurlijke rijkdommen. Zo hebben dieren bijvoorbeeld recht op een deel van het beschikbare water en voedsel. In verschillende Koranische verzen over voedsel of water wordt gesteld dat deze zowel voor mensen als voor dieren bestemd zijn.

"De mens moet maar eens naar zijn voedsel bekijken. Dat Wij het water in gutsen uitgieten; dan de aarde in voren openbreken en dan erin laten ontspruiten: graan, wijnstokken en voedergewassen, olijfbomen en palmen, in dichtbegroeide boomgaarden, vruchten en voerage als vruchtgebruik voor jullie en voor jullie dieren." (Koran 80:24-32)

"En Hij is het die de winden als verkondigers van goed nieuws voor Zijn barmhartigheid uitzendt. En Wij laten uit de hemel rein water neerdalen om daarmee hen die Wij geschapen hebben, mensen en dieren, te drinken te geven." (Koran 25:48-49)

Zelfs als er onder de mensen schaarste van voedsel heerst, dan nog mogen de mensen zich niet alles toeëigenen en ook in zulke omstandigheden hebben de dieren recht op hun deel. Zo vermeldt de Koran dat de mensen van de stam van Thamud aan hun Profeet Saleh vroegen om hen een teken te geven waaruit zou blijken dat hij inderdaad een Profeet van God was. God openbaarde aan Saleh dat dit teken een kameelmerrie was. De Profeet moest de mensen opdragen goed voor deze kameel te zorgen. De mensen beloofden dat te doen. Toen kreeg de stam echter te maken met schaarste van voedsel en water. Daarom besloten zij de kameel niet langer haar deel te geven, en uiteindelijk doodden ze haar zelfs. Als straf, annihileerde God de hele stam. Dit gebeuren wordt in de Koran verschillende keren herhaald (7:73, 11:64, 26:155, 54:27) waaruit blijkt hoe belangrijk het geacht wordt. In de Islam wordt het ontzeggen aan dieren van hun deel van de natuurlijke rijkdommen uiterst zwaar bestraft.

Anderzijds, wordt bijvoorbeeld het planten van een boom waarvan de vruchten door vogels kunnen gegeten worden, aanzien als een daad die gelijkstaat met het doen van goede werken, iets wat op Oordeelsdag beloond zal worden.

God´s Apostel zei: "Onder de Muslims is er niemand die een boom plant of zaad zaait, en als er dan een vogel of een mens of een dier van eet, of het wordt beschouwd als een liefdadige gift voor hem." (Gemeld door Anas bin Malik. Bukhari)

Ook het delen van water met dieren, wordt beloond:

De Profeet zei: "Een man zag een hond modder eten uit hevige dorst. Daarop nam de man een schoen, vulde die met water en bleef hij gieten tot de hond zijn dorst gelest was. God keurde deze daad goed en liet hem het Paradijs binnen. (Gemeld door Aby Huraira. Bukhari)

Zoals in alles, past Islam ook hier de wisselwerking tussen belonen van gewenst gedrag en bestraffen van ongewenst gedrag toe. Islam is geen repressief model. De klemtoon ligt vooral op het belonen - nu of in het hiernamaals - van goed gedrag om het wenselijke aan te moedigen. Om ordenend op te treden, hanteert Islam deze positieve bekrachtiging samen met ontmoediging van ongewenst gedrag door het te ontraden en bestraffen, nu of in het hiernamaals.

Dieren als leermeesters van de mensen

 

Niet alleen is volgens de Islam de mens niet superieur aan de dieren doch slechts een soort tussen de soorten, ook worden dieren in de Koran verschillende keren opgevoerd als leermeesters van de mens. Zo meldt de Koran dat toen Kain zijn broer Abel vermoord had, hij het lijk gewoon had laten liggen. Daarop zond God een raaf die in de aarde scharrelde. Door naar deze raaf te kijken, leerde Kain dat hij het lijk van zijn broer moest bedekken met aarde:

"Toen zette hij zich ertoe aan om zijn broer te doden en hij doodde hem en zo ging hij tot de verliezers behoren. God zond toen een raaf die in de aarde scharrelde om hem te tonen hoe hij het lijk van zijn broer kon bedekken. Hij zei: ´Wee mij! Ben ik niet in staat om zoals deze raaf te zijn en het lijk van mijn broer te bedekken?´ Zo ging hij behoren tot hen die wroeging hebben." (Koran 5:28-31)

Communicatie tussen mens en dier

 

Blijkbaar beheersten in het verleden sommigen de kennis van de talen waarmee dieren in hun gemeenschappen met elkaar communiceerden. De Koran meldt hoe ten tijde van de Profeet Solomon sommigen de vogels konden begrijpen:

"En Solomon was de erfgenaam van David en hij zei: ´O mensen, aan ons is de spraak van de vogels onderwezen en aan ons is van alles gegeven, dit is een duidelijke goedgunstigheid´" (Koran 27:16)

Andere verzen bevestigen dat de Profeet Solomon begreep wat de mieren tegen elkaar zeiden:

"En voor Solomon werden zijn troepen verzameld - jinns, mensen en vogels, en zij werden in het gelid opgesteld. Toen zij dan in de vallei van de mieren aangekomen waren zei een mier: ´O mieren, gaat jullie woningen binnen opdat Solomon en zijn troepen jullie niet zonder het te merken zou vertrappen´. Toen glimlachte hij omdat hij om haar woorden moest lachen en zei: ´Mijn Heer, spoor mij aan dat ik voor Uw genade die U mij en mijn ouders geschonken hebt dank betuig en dat ik iets deugdelijks doe dat U bevalt en laat mij met Uw rechtschapen dienaren in Uw barmhartigheid binnengaan.´" (Koran 27:17-19)

Uit verschillende hadith blijkt dat ook de Profeet Mohamed de dieren op een of andere manier kon begrijpen. Zo is er een hadith waarin de Profeet meldt dat een kameel er zich bij hem over beklaagd had dat hij door zijn eigenaar te zwaar belast werd en niet voldoende te eten kreeg, waarop de Profeet de eigenaar van de kameel aanmaande God te vrezen in de dieren.

Wanneer een kameel de Profeet zag, weende de kameel zachtjes, een smachtend geluid voortbrengend terwijl de tranen uit zijn ogen liepen. De Profeet kwam bij hem en streelde de zijkant van zijn hoofd. Daarom werd de kameel rustig. De Profeet zei: "Wiens kameel is dit?" Een jonge man van de Anser kwam en sprak: "Het is de mijne, Apostel van God." De Profeet antwoordde: "Vrees jij God niet omtrent dit dier dat God u in bezit gegeven heeft? Hij heeft bij mij geklaagd dat jij hem hongerig houdt en hem zwaar belaadt wat hem vermoeit." (Abu Dawud. Abdullah bin Ja'far)